BWBR0003710
Geldig vanaf 1984-10-13
Artikel C-2
Besluit medezeggenschap onderwijs
1. In een geval als bedoeld in artikel C-1kan het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instellen voor de groep van scholen, indien dit overeenstemt met de wens van ten minste twee derden zowel van het personeel van elk van de desbetreffende scholen als van de ouders van de leerlingen van elk van de desbetreffende scholen.
2. Bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad wordt uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende scholen, met dien verstande dat het aantal leden in elk geval het dubbele van het aantal scholen bedraagt.
3. In elk van de delen van de medezeggenschapsraad, die ingevolge artikel 4, derde lid onder aen b, van de wet worden gekozen, wordt ten minste een lid uit elk van de desbetreffende scholen gekozen.
4. De schoolleider van elk van de desbetreffende scholen heeft, met adviserende stem, mede zitting in de medezeggenschapsraad, indien hij niet tot lid daarvan is gekozen.
2. Bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad wordt uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende scholen, met dien verstande dat het aantal leden in elk geval het dubbele van het aantal scholen bedraagt.
3. In elk van de delen van de medezeggenschapsraad, die ingevolge artikel 4, derde lid onder aen b, van de wet worden gekozen, wordt ten minste een lid uit elk van de desbetreffende scholen gekozen.
4. De schoolleider van elk van de desbetreffende scholen heeft, met adviserende stem, mede zitting in de medezeggenschapsraad, indien hij niet tot lid daarvan is gekozen.