BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel I-C23
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Het bevoegd gezag verleent het vakantieverlof in beginsel gedurende de perioden waarom de betrokkene heeft verzocht. De perioden kunnen vallen buiten de vakanties van de instellingen, bedoeld in artikel I-A1, onder d1 of d2. Slechts in bijzondere omstandigheden kan het bevoegd gezag in verband met het dienstbelang beslissen dat het vakantieverlof niet of niet geheel in de gevraagde periode wordt verleend. Bij splitsing van het vakantieverlof wordt dit voor ten minste de helft van de ingevolge artikel I-C24 geldende duur aaneengesloten verleend.
2. Aan de betrokkene wordt in enig kalenderjaar niet genoten vakantieverlof zoveel mogelijk in een volgend kalenderjaar verleend, met dien verstande dat in geen kalenderjaar meer uren vakantieverlof kunnen worden opgenomen dan anderhalf maal het hem volgens artikel I-C24 toekomende aantal.
3. Indien de betrokkene in enig kalenderjaar meer vakantie heeft genoten, dan waarop hij ingevolge deze paragraaf recht heeft, wordt dit meerdere verrekend met het hem over één of meer volgende kalenderjaren toekomende vakantieverlof. Het bepaalde in de vorige volzin geldt met dien verstande, dat uit dien hoofde in enig kalenderjaar het vakantieverlof nimmer met meer dan een derde gedeelte van hetgeen de betrokkene ingevolge het bepaalde in de artikelen I-C24 en I-C25 toekomt, mag worden verminderd.
2. Aan de betrokkene wordt in enig kalenderjaar niet genoten vakantieverlof zoveel mogelijk in een volgend kalenderjaar verleend, met dien verstande dat in geen kalenderjaar meer uren vakantieverlof kunnen worden opgenomen dan anderhalf maal het hem volgens artikel I-C24 toekomende aantal.
3. Indien de betrokkene in enig kalenderjaar meer vakantie heeft genoten, dan waarop hij ingevolge deze paragraaf recht heeft, wordt dit meerdere verrekend met het hem over één of meer volgende kalenderjaren toekomende vakantieverlof. Het bepaalde in de vorige volzin geldt met dien verstande, dat uit dien hoofde in enig kalenderjaar het vakantieverlof nimmer met meer dan een derde gedeelte van hetgeen de betrokkene ingevolge het bepaalde in de artikelen I-C24 en I-C25 toekomt, mag worden verminderd.
- Citeren als
- Art. I-C23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl