BWBR0003771
Geldig vanaf 09-11-2001
Artikel I-C38
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Het bevoegd gezag verleent de betrokkene, indien daartoe volgens door Onze minister te geven nadere regels aanleiding bestaat, desgevraagd kort of lang buitengewoon verlof uit het geheel of een deel van zijn werkzaamheden voor:
a. het verrichten van werkzaamheden van rechtspositionele aard in of ten behoeve van commissies voor georganiseerd overleg als bedoeld in onderscheidenlijk de hoofdstukken IV-C, IV-E en IV-F van dit besluit en het Overlegbesluit onderwijspersoneel;
b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid vertegenwoordigde centrale van verenigingen van ambtenaren of een bij zo’n centrale aangesloten vereniging waarvan hij lid is;
c. het op uitnodiging van een Centrale of vereniging als bedoeld onder b, als cursist deelnemen aan een cursus voor ten hoogste 6 dagen per twee schooljaren, voor zover omzetting van de dienst niet mogelijk is.
2. Het bevoegd gezag verleent de betrokkene, indien daartoe volgens door Onze minister te geven nadere regels aanleiding bestaat, desgevraagd kort of lang buitengewoon verlof uit het geheel of een deel van zijn werkzaamheden voor:
a. het verrichten van werkzaamheden van onderwijskundige aard in of ten behoeve van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg, dan wel één van de onder de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg ressorterende commissies voor onderwijsoverleg;
b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van door Onze minister aan te wijzen adviescommissies.
3. Het verlof, bedoeld in het eerste of het tweede lid, wordt verleend met behoud van bezoldiging. Omtrent de wijze waarop dit verlof wordt aangevraagd, de maximumduur en de omvang, alsmede de overige voorwaarden en gevolgen van dit verlof, geeft Onze minister nadere regels.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt het verlof, bedoeld in het eerste lid, dat met name ten doel heeft de betrokkene in staat te stellen de functie van bezoldigd bestuurder van een onder b van dat lid bedoelde Centrale of vereniging te vervullen, voor ten hoogste twee jaren en zonder behoud van bezoldiging verleend.
5. Indien op grond van het eerste of het tweede lid lang buitengewoon verlof wordt verleend, is ten aanzien van de afloop daarvan het bepaalde in artikel I-C36 van overeenkomstige toepassing.
a. het verrichten van werkzaamheden van rechtspositionele aard in of ten behoeve van commissies voor georganiseerd overleg als bedoeld in onderscheidenlijk de hoofdstukken IV-C, IV-E en IV-F van dit besluit en het Overlegbesluit onderwijspersoneel;
b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid vertegenwoordigde centrale van verenigingen van ambtenaren of een bij zo’n centrale aangesloten vereniging waarvan hij lid is;
c. het op uitnodiging van een Centrale of vereniging als bedoeld onder b, als cursist deelnemen aan een cursus voor ten hoogste 6 dagen per twee schooljaren, voor zover omzetting van de dienst niet mogelijk is.
2. Het bevoegd gezag verleent de betrokkene, indien daartoe volgens door Onze minister te geven nadere regels aanleiding bestaat, desgevraagd kort of lang buitengewoon verlof uit het geheel of een deel van zijn werkzaamheden voor:
a. het verrichten van werkzaamheden van onderwijskundige aard in of ten behoeve van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg, dan wel één van de onder de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg ressorterende commissies voor onderwijsoverleg;
b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van door Onze minister aan te wijzen adviescommissies.
3. Het verlof, bedoeld in het eerste of het tweede lid, wordt verleend met behoud van bezoldiging. Omtrent de wijze waarop dit verlof wordt aangevraagd, de maximumduur en de omvang, alsmede de overige voorwaarden en gevolgen van dit verlof, geeft Onze minister nadere regels.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt het verlof, bedoeld in het eerste lid, dat met name ten doel heeft de betrokkene in staat te stellen de functie van bezoldigd bestuurder van een onder b van dat lid bedoelde Centrale of vereniging te vervullen, voor ten hoogste twee jaren en zonder behoud van bezoldiging verleend.
5. Indien op grond van het eerste of het tweede lid lang buitengewoon verlof wordt verleend, is ten aanzien van de afloop daarvan het bepaalde in artikel I-C36 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. I-C38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl