BWBR0003771
Geldig vanaf 17-10-1997
Artikel I-D7
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Het bepaalde in dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betrokkene die:
a. is te werk gesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1962, 370);
b. op grond van een verbintenis bij het Korps Nationale Reserve in werkelijke dienst is;
c. op grond van een verbintenis bij het reservepersoneel der krijgsmacht als militair in werkelijke dienst is;
d. op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder a of b, van de Rechtstoestandregeling reserve-politie (Stb. 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is;
e. op grond van een tijdelijke verbintenis als legeraalmoezenier, legerpredikant of anderszins als geestelijk verzorger in werkelijke dienst is;
f. op grond van een verbintenis als monumentenwachter in de zin van het Besluit Monumentenwacht (Stb. 1964, 477) in werkelijke dienst is;
g. op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke of daarmee gelijk te stellen dienst is, indien dit bij koninklijk besluit is bepaald.
2. De betrokkenen, bedoeld in het eerste lid onder d en e, worden gelijkgesteld met de betrokkene, die voor een herhalingsoefening als militair in werkelijke dienst is.
a. is te werk gesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1962, 370);
b. op grond van een verbintenis bij het Korps Nationale Reserve in werkelijke dienst is;
c. op grond van een verbintenis bij het reservepersoneel der krijgsmacht als militair in werkelijke dienst is;
d. op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder a of b, van de Rechtstoestandregeling reserve-politie (Stb. 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is;
e. op grond van een tijdelijke verbintenis als legeraalmoezenier, legerpredikant of anderszins als geestelijk verzorger in werkelijke dienst is;
f. op grond van een verbintenis als monumentenwachter in de zin van het Besluit Monumentenwacht (Stb. 1964, 477) in werkelijke dienst is;
g. op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke of daarmee gelijk te stellen dienst is, indien dit bij koninklijk besluit is bepaald.
2. De betrokkenen, bedoeld in het eerste lid onder d en e, worden gelijkgesteld met de betrokkene, die voor een herhalingsoefening als militair in werkelijke dienst is.
- Citeren als
- Art. I-D7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl