BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel I-P53
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. In afwijking van het bepaalde in de artikelen I-P12 en I-P13 geschiedt de verhoging van het salaris bedoeld in die artikelen indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag zijn functie naar behoren vervult.
2. Bij de toepassing van het bepaalde in de artikelen I-P12 en I-P13 kan het salaris worden vastgesteld op een hoger bedrag in het carrièrepatroon dan dat bedoeld in de artikelen I-P12 en I-P13, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag zijn werkzaamheden zeer goed of uitstekend vervult.
3. Vervult de betrokkene zijn functie naar het oordeel van het bevoegd gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid achterwege.
4. Het tijdstip waarop ingevolge artikel I-P13 een salarisverhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
5. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag nadere regels vaststellen.
2. Bij de toepassing van het bepaalde in de artikelen I-P12 en I-P13 kan het salaris worden vastgesteld op een hoger bedrag in het carrièrepatroon dan dat bedoeld in de artikelen I-P12 en I-P13, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag zijn werkzaamheden zeer goed of uitstekend vervult.
3. Vervult de betrokkene zijn functie naar het oordeel van het bevoegd gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid achterwege.
4. Het tijdstip waarop ingevolge artikel I-P13 een salarisverhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
5. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag nadere regels vaststellen.
- Citeren als
- Art. I-P53
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl