BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1994
Artikel I-S706
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Artikel I-S104 is niet van toepassing.
2. Zodra aan de betrokkene op grond van artikel I-P13 een periodieke verhoging wordt toegekend en zijn salaris ten minste gelijk is aan het laagste bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal, wordt, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag zijn wijze van functioneren zich daar nog tegen verzet, zijn salaris bepaald op het naasthogere bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal.
3. Zo nodig wordt het bedrag in de maximumschaal dat is vastgesteld op grond van het tweede lid, verhoogd tot een bedrag in de maximumschaal om te bereiken dat het salaris in de maximumschaal te allen tijde uitgaat boven het salaris dat voor de betrokkene in de aanloopschaal zou hebben gegolden.
4. Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van het carrièrepatroon en het doorlopen daarvan die in voor de betrokkene gunstige zin afwijken van het tweede en derde lid.
2. Zodra aan de betrokkene op grond van artikel I-P13 een periodieke verhoging wordt toegekend en zijn salaris ten minste gelijk is aan het laagste bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal, wordt, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag zijn wijze van functioneren zich daar nog tegen verzet, zijn salaris bepaald op het naasthogere bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal.
3. Zo nodig wordt het bedrag in de maximumschaal dat is vastgesteld op grond van het tweede lid, verhoogd tot een bedrag in de maximumschaal om te bereiken dat het salaris in de maximumschaal te allen tijde uitgaat boven het salaris dat voor de betrokkene in de aanloopschaal zou hebben gegolden.
4. Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van het carrièrepatroon en het doorlopen daarvan die in voor de betrokkene gunstige zin afwijken van het tweede en derde lid.
- Citeren als
- Art. I-S706
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl