BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-2000
Artikel I-T5
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De functie leraar in opleiding is een normfunctie die is afgeleid van de normfuncties leraar zoals deze zijn vastgelegd in de taakkarakteristieken opgenomen in de bijlagen R1 en R2.
2. De functie leraar in opleiding omvat de in het derde lid aangegeven taakkarakteronderdelen waarbij de zelfstandige uitoefening van die taken geleidelijk toeneemt tijdens het lioschap.
3. De taakkarakteristiek van de functie leraar in opleiding is het leren van het beroep leraar door middel van:
a. het geven van onderwijs, alsmede de daaruit rechtstreeks voortvloeiende werkzaamheden;
b. algemene werkzaamheden, die redelijkerwijs voortvloeien uit het onderwijs aan de instelling, zoals: 1. het deelnemen aan teamvergaderingen;
2. het onderhouden van contacten met collega’s van de instelling, ouders, begeleidingsdiensten e.d.;
3. het verrichten van overige werkzaamheden ten behoeve van de goede gang van zaken aan de instelling.
1. het deelnemen aan teamvergaderingen;
2. het onderhouden van contacten met collega’s van de instelling, ouders, begeleidingsdiensten e.d.;
3. het verrichten van overige werkzaamheden ten behoeve van de goede gang van zaken aan de instelling.
2. De functie leraar in opleiding omvat de in het derde lid aangegeven taakkarakteronderdelen waarbij de zelfstandige uitoefening van die taken geleidelijk toeneemt tijdens het lioschap.
3. De taakkarakteristiek van de functie leraar in opleiding is het leren van het beroep leraar door middel van:
a. het geven van onderwijs, alsmede de daaruit rechtstreeks voortvloeiende werkzaamheden;
b. algemene werkzaamheden, die redelijkerwijs voortvloeien uit het onderwijs aan de instelling, zoals: 1. het deelnemen aan teamvergaderingen;
2. het onderhouden van contacten met collega’s van de instelling, ouders, begeleidingsdiensten e.d.;
3. het verrichten van overige werkzaamheden ten behoeve van de goede gang van zaken aan de instelling.
1. het deelnemen aan teamvergaderingen;
2. het onderhouden van contacten met collega’s van de instelling, ouders, begeleidingsdiensten e.d.;
3. het verrichten van overige werkzaamheden ten behoeve van de goede gang van zaken aan de instelling.
- Citeren als
- Art. I-T5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl