BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel II-C2
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De disciplinaire straffen of maatregelen zijn:
a. schriftelijke berisping;
b. verplaatsing naar een andere instelling onder hetzelfde bevoegd gezag met al dan niet gevolgen voor de bezoldiging;
c. inhouding van bezoldiging volgens het bepaalde in artikel II-C3, eerste lid;
d. schorsing voor maximaal 6 maanden;
e. ontslag.
2. Met uitzondering van de in het eerste lid onder c en d, bedoelde straffen, welke naast elkaar kunnen worden opgelegd, kan het bevoegd gezag ter zake van één en hetzelfde feit slechts één disciplinaire straf of maatregel opleggen.
3. Bij het opleggen van een straf of maatregel kan worden bepaald dat zij eerst ten uitvoer zal worden gelegd indien de betrokkene zich gedurende een vast te stellen termijn schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, dan wel zich niet houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel gestelde bijzondere voorschriften.
a. schriftelijke berisping;
b. verplaatsing naar een andere instelling onder hetzelfde bevoegd gezag met al dan niet gevolgen voor de bezoldiging;
c. inhouding van bezoldiging volgens het bepaalde in artikel II-C3, eerste lid;
d. schorsing voor maximaal 6 maanden;
e. ontslag.
2. Met uitzondering van de in het eerste lid onder c en d, bedoelde straffen, welke naast elkaar kunnen worden opgelegd, kan het bevoegd gezag ter zake van één en hetzelfde feit slechts één disciplinaire straf of maatregel opleggen.
3. Bij het opleggen van een straf of maatregel kan worden bepaald dat zij eerst ten uitvoer zal worden gelegd indien de betrokkene zich gedurende een vast te stellen termijn schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, dan wel zich niet houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel gestelde bijzondere voorschriften.
- Citeren als
- Art. II-C2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl