BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel IV-F7
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Elk der personeelsvertegenwoordigers is bevoegd binnen vijf dagen nadat in de overlegvergadering, bedoeld in artikel IV-F6, tweede lid is geconstateerd dat geen overeenstemming als bedoeld in artikel IV-F5 kan worden bereikt over een door of namens het bevoegd gezag aan het overleg voorgelegd beleidsvoornemen, het geschil voor te leggen aan de geschillencommissie als bedoeld in artikel 38 van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 38 van de Wet op de expertisecentra of 158 van de Wet op het voortgezet onderwijs, respectievelijk artikel 26a van de Wet op het leerlingwezen, respectievelijk artikel 61a van de Wet op de onderwijsverzorging, waarbij de instelling is aangesloten. De desbetreffende personeelsvertegenwoordiger stelt het bevoegd gezag onverwijld in kennis van het voorleggen van een geschil als bedoeld in de vorige volzin. Indien alle personeelsvertegenwoordigers tijdens het overleg bedoeld in artikel IV-F5 hebben verklaard af te zien van hernieuwd overleg als aangegeven in artikel IV-F6, kan de in de eerste volzin aangegeven bevoegdheid door elk der personeelsvertegenwoordigers worden uitgeoefend binnen vijf dagen nadat in het in artikel IV-F5 bedoelde overleg is geconstateerd dat een overeenstemming kan worden bereikt.
2. De commissie doet uitspraak binnen 30 dagen nadat het geschil aan haar is voorgelegd.
2. De commissie doet uitspraak binnen 30 dagen nadat het geschil aan haar is voorgelegd.
- Citeren als
- Art. IV-F7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl