BWBR0003771
Geldig vanaf 01-03-1994
Artikel V-Q1002
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene die per 1 januari 1989 door het bevoegd gezag een functie toegedeeld heeft gekregen waarbij een maximumschaal behoort met een maximumsalaris dat lager is dan het maximumsalaris van de schaal die voor de betrokkene gold op 31 december 1988, behoudt vanaf 1 januari 1989 aanspraak op bezoldiging volgens de schaal, die voor hem ingevolge artikel C1 of C2 van de Invoeringsregeling WOV-personeel is vastgesteld, onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid.
2. De betrokkene, die per 1 januari 1989 door het bevoegd gezag een functie toegedeeld heeft gekregen en voor wie vanaf 1 januari 1989 ingevolge artikel C2, derde lid, van de Invoeringsregeling WOV-personeel een salarisschaal is gaan gelden met een hoger maximumsalaris, behoudt aanspraak op een salarisbedrag dat gelijk is aan het maximumsalaris van de door hem op 31 december 1988 geldende schaal, onverminderd het bepaalde in het derde lid.
3. Het salarisuitzicht bedoeld in het eerste en tweede lid blijft tot 1 januari 2004 behouden zolang de betrokkene zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling werkzaam blijft in een zelfde functie als die waarin hij per 1 januari 1989 werd benoemd en met een maximumschaal die tenminste gelijk is aan die welke geldt voor de functie waarin hij op 1 januari 1989 werd benoemd.
4. Wat betreft het carrièrepatroon van de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde in artikel V-P1, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
5. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het derde lid wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een uitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
2. De betrokkene, die per 1 januari 1989 door het bevoegd gezag een functie toegedeeld heeft gekregen en voor wie vanaf 1 januari 1989 ingevolge artikel C2, derde lid, van de Invoeringsregeling WOV-personeel een salarisschaal is gaan gelden met een hoger maximumsalaris, behoudt aanspraak op een salarisbedrag dat gelijk is aan het maximumsalaris van de door hem op 31 december 1988 geldende schaal, onverminderd het bepaalde in het derde lid.
3. Het salarisuitzicht bedoeld in het eerste en tweede lid blijft tot 1 januari 2004 behouden zolang de betrokkene zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling werkzaam blijft in een zelfde functie als die waarin hij per 1 januari 1989 werd benoemd en met een maximumschaal die tenminste gelijk is aan die welke geldt voor de functie waarin hij op 1 januari 1989 werd benoemd.
4. Wat betreft het carrièrepatroon van de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde in artikel V-P1, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
5. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het derde lid wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een uitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
- Citeren als
- Art. V-Q1002
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl