BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel V-Q101
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene aan wie op grond van het bepaalde in artikel B3 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985, in artikel B4 van het Besluit overgangsmaatregelen s.o. 1985, in artikel B6 van het Besluit overgangsmaatregelen l.w. 1985 of in artikel B9 van de Beschikking overgangsmaatregelen a.l.o. 1985 extra taakomvang is toegekend, behoudt aanspraak op toekenning daarvan zolang hij in dezelfde functie bij dezelfde instelling verbonden blijft.
2. Indien de betrekkingsomvang van een betrokkene bij het bevoegd gezag waar hem extra taakomvang is toegekend, toeneemt dan wel indien de totale betrekkingsomvang in al zijn betrekkingen tezamen toeneemt, wordt de hem ingevolge het eerste lid toegekende extra taakomvang verminderd met eenzelfde hoeveelheid als waarmee zijn betrekkingsomvang is toegenomen, echter tot ten hoogste de omvang van die extra taakomvang.
Het bepaalde in de eerste volzin geldt niet ten aanzien van een toename in verband met vervangingswerkzaamheden.
3. Indien formatieruimte in de functie adjunct-directeur ontstaat, wordt die ruimte toegedeeld aan de adjunct-directeur aan wie extra taakomvang is toegekend in deze functie voor de omvang van die taakomvang, met dien verstande dat de totale omvang van de betrekking niet mag uitgaan boven de omvang van een normbetrekking.
4. De bezoldiging voor de extra taakomvang, bedoeld in het eerste lid van de betrokkene wiens betrekkingsomvang wegens vervangingswerkzaamheden is toegenomen, wordt verminderd met de bezoldiging die voortvloeit uit de vervangingswerkzaamheden voor zolang hij die bezoldiging geniet en voor zover die werkzaamheden de betrekkingsomvang zoals daags voor de aanvang van de vervangingswerkzaamheden vermeld in zijn akte van benoeming - indien hij aan instellingen van verschillende bevoegde gezagsorganen is benoemd: akten van benoeming - bedoeld in artikel I-B7, te boven gaan, onverminderd het bepaalde in artikel I-P87.
5. De aan een betrokkene toegekende fictieve extra taakomvang blijft buiten beschouwing bij de toepassing van artikel I-P78.
2. Indien de betrekkingsomvang van een betrokkene bij het bevoegd gezag waar hem extra taakomvang is toegekend, toeneemt dan wel indien de totale betrekkingsomvang in al zijn betrekkingen tezamen toeneemt, wordt de hem ingevolge het eerste lid toegekende extra taakomvang verminderd met eenzelfde hoeveelheid als waarmee zijn betrekkingsomvang is toegenomen, echter tot ten hoogste de omvang van die extra taakomvang.
Het bepaalde in de eerste volzin geldt niet ten aanzien van een toename in verband met vervangingswerkzaamheden.
3. Indien formatieruimte in de functie adjunct-directeur ontstaat, wordt die ruimte toegedeeld aan de adjunct-directeur aan wie extra taakomvang is toegekend in deze functie voor de omvang van die taakomvang, met dien verstande dat de totale omvang van de betrekking niet mag uitgaan boven de omvang van een normbetrekking.
4. De bezoldiging voor de extra taakomvang, bedoeld in het eerste lid van de betrokkene wiens betrekkingsomvang wegens vervangingswerkzaamheden is toegenomen, wordt verminderd met de bezoldiging die voortvloeit uit de vervangingswerkzaamheden voor zolang hij die bezoldiging geniet en voor zover die werkzaamheden de betrekkingsomvang zoals daags voor de aanvang van de vervangingswerkzaamheden vermeld in zijn akte van benoeming - indien hij aan instellingen van verschillende bevoegde gezagsorganen is benoemd: akten van benoeming - bedoeld in artikel I-B7, te boven gaan, onverminderd het bepaalde in artikel I-P87.
5. De aan een betrokkene toegekende fictieve extra taakomvang blijft buiten beschouwing bij de toepassing van artikel I-P78.
- Citeren als
- Art. V-Q101
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl