BWBR0003771
Geldig vanaf 01-03-1994
Artikel V-R201
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene voor wie als leraar met toepassing van artikel C1 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 een uitzicht is vastgesteld, behoudt aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht, zolang hij zonder wezenlijke onderbreking werkzaam blijft in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R in het basisonderwijs.
2. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
3. Ten aanzien van de leraar die op 1 augustus 1985 in het genot is van een ontslaguitkering en voor wie met toepassing van artikel C5 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 een uitzicht is vastgesteld, is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Zolang de betrokkene bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is benoemd in een functie waarvan het maximumsalaris lager is dan het voor hem ingevolge artikel C1 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 vastgestelde uitzicht, is hij ontheven van de verplichting te voldoen aan de promotiecriteria, bedoeld in artikel I-R103.
2. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
3. Ten aanzien van de leraar die op 1 augustus 1985 in het genot is van een ontslaguitkering en voor wie met toepassing van artikel C5 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 een uitzicht is vastgesteld, is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Zolang de betrokkene bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is benoemd in een functie waarvan het maximumsalaris lager is dan het voor hem ingevolge artikel C1 van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 vastgestelde uitzicht, is hij ontheven van de verplichting te voldoen aan de promotiecriteria, bedoeld in artikel I-R103.
- Citeren als
- Art. V-R201
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl