BWBR0003771
Geldig vanaf 20-03-1996
Artikel V-R601
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De consulent voor wie met toepassing van hoofdstuk C van het Besluit overgangsmaatregelen lw. 1985 een uitzicht is vastgesteld en die met ingang van 1 april 1985 wordt benoemd in een functie waarin het hoogste bedrag in de daarbij behorende maximumschaal lager is dan dat uitzicht, behoudt, behoudens het bepaalde in het tweede lid, aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht, zolang hij zonder wezenlijke onderbreking werkzaam blijft bij het leerlingwezen in een functie waarvan het maximumsalaris niet lager is dan het bij zijn huidige functie behorende maximumsalaris en waarvan het maximumsalaris lager is dan het bedrag van het voor hem vastgestelde uitzicht.
2. De consulent, bedoeld in het eerste lid die na 1 april 1985 een functie aanvaardt met een hoger maximumsalaris dan het bedrag van het voor hem vastgestelde uitzicht, behoudt nadien de aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig het voor hem vastgestelde uitzicht slechts indien hij uit die functie met een hoger maximumsalaris wordt ontslagen met recht op een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel en hij daarna zonder wezenlijke onderbreking, doch vóór 1 april 2000 een functie aanvaardt met een maximumsalaris dat lager is dan het voor hem vastgestelde uitzicht.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en het tweede lid wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
4. Ten aanzien van de consulent die op 1 april 1985 in het genot is van een ontslaguitkering en voor wie met toepassing van artikel C5 van het Besluit overgangsmaatregelen lw. 1985 een uitzicht is vastgesteld, is het bepaalde in de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de datum "1 april 1985" wordt gelezen: de dag waarop hij na 1 april 1985 zijn functie als consulent aanvaardt.
5. Zolang de consulent, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, is benoemd in een functie waarvan het maximumsalaris lager is dan het voor hem ingevolge artikel C1 en C2 van het Besluit overgangsmaatregelen lw. 1985 vastgestelde uitzicht, is hij ontheven van de verplichting te voldoen aan de promotiecriteria bedoeld in artikel I-R103.
2. De consulent, bedoeld in het eerste lid die na 1 april 1985 een functie aanvaardt met een hoger maximumsalaris dan het bedrag van het voor hem vastgestelde uitzicht, behoudt nadien de aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig het voor hem vastgestelde uitzicht slechts indien hij uit die functie met een hoger maximumsalaris wordt ontslagen met recht op een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel en hij daarna zonder wezenlijke onderbreking, doch vóór 1 april 2000 een functie aanvaardt met een maximumsalaris dat lager is dan het voor hem vastgestelde uitzicht.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en het tweede lid wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
4. Ten aanzien van de consulent die op 1 april 1985 in het genot is van een ontslaguitkering en voor wie met toepassing van artikel C5 van het Besluit overgangsmaatregelen lw. 1985 een uitzicht is vastgesteld, is het bepaalde in de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de datum "1 april 1985" wordt gelezen: de dag waarop hij na 1 april 1985 zijn functie als consulent aanvaardt.
5. Zolang de consulent, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, is benoemd in een functie waarvan het maximumsalaris lager is dan het voor hem ingevolge artikel C1 en C2 van het Besluit overgangsmaatregelen lw. 1985 vastgestelde uitzicht, is hij ontheven van de verplichting te voldoen aan de promotiecriteria bedoeld in artikel I-R103.
- Citeren als
- Art. V-R601
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl