BWBR0003771
Geldig vanaf 01-03-1994
Artikel V-R902
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing of overeenkomstige toepassing van een der artikelen V-R402 dan wel V-R701 en die met ingang van de dag waarop in verband met de uitvoering van de Rijksregeling basiseducatie overgang naar een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d6 heeft plaatsgevonden, vanuit de door hem beklede functie van leraar of vormingswerker is benoemd aan die instelling in een functie als bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk I-R behoudt, in afwijking van het bepaalde in artikel V-R901, aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, verbonden blijft in een functie waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij de overgang naar meergenoemde instelling.
2. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing van of overeenkomstige toepassing van een der artikelen V-Q401, V-Q402, V-Q701 of V-Q702 en die met ingang van de dag waarop in verband met de invoering van de Rijksregeling basiseducatie overgang naar een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, heeft plaatsgevonden, vanuit de door hem beklede functie van directeur, directeur/coördinator of adjunct-directeur anders dan op eigen verzoek is benoemd aan die instelling in een functie als bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk I-R, behoudt in afwijking van het bepaalde in artikel V-R901 aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, verbonden blijft in een functie, waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal, die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij de overgang naar meergenoemde instelling.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en tweede lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
2. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing van of overeenkomstige toepassing van een der artikelen V-Q401, V-Q402, V-Q701 of V-Q702 en die met ingang van de dag waarop in verband met de invoering van de Rijksregeling basiseducatie overgang naar een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, heeft plaatsgevonden, vanuit de door hem beklede functie van directeur, directeur/coördinator of adjunct-directeur anders dan op eigen verzoek is benoemd aan die instelling in een functie als bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk I-R, behoudt in afwijking van het bepaalde in artikel V-R901 aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, verbonden blijft in een functie, waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal, die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij de overgang naar meergenoemde instelling.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en tweede lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
- Citeren als
- Art. V-R902
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl