BWBR0003771
Geldig vanaf 01-03-1994
Artikel V-S1102
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing van een der artikelen V-R402 dan wel V-R701 en die met ingang van de dag waarop zijn overgang als bedoeld in artikel A1, tweede lid, van de Overgangsregeling ondersteuning VE heeft plaatsgevonden, vanuit de door hem beklede functie van leraar of vormingswerker is benoemd aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d13, in een functie als bedoeld in paragraaf 11 van hoofdstuk I-S behoudt, in afwijking van het bepaalde in artikel V-S1101, aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d13, verbonden blijft in een functie waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij zijn overgang naar meergenoemde instelling.
2. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing van een der artikelen V-Q401, V-Q402 of V-Q701 en die met ingang van de dag van zijn overgang als bedoeld in artikel A1, tweede lid, van de Overgangsregeling ondersteuning VE, naar een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d13, vanuit de door hem beklede functie van directeur of adjunct-directeur anders dan op eigen verzoek is benoemd aan die instelling in een functie als bedoeld in paragraaf 11 van hoofdstuk I-S, behoudt in afwijking van het bepaalde in artikel V-S1101 aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d13, verbonden blijft in een functie, waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal, die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij zijn overgang naar meergenoemde instelling.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en tweede lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
2. De betrokkene voor wie een uitzicht is vastgesteld met toepassing van een der artikelen V-Q401, V-Q402 of V-Q701 en die met ingang van de dag van zijn overgang als bedoeld in artikel A1, tweede lid, van de Overgangsregeling ondersteuning VE, naar een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d13, vanuit de door hem beklede functie van directeur of adjunct-directeur anders dan op eigen verzoek is benoemd aan die instelling in een functie als bedoeld in paragraaf 11 van hoofdstuk I-S, behoudt in afwijking van het bepaalde in artikel V-S1101 aanspraak op vaststelling van zijn salaris overeenkomstig dat uitzicht zolang hij zonder wezenlijke onderbreking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d13, verbonden blijft in een functie, waarbij een maximumschaal hoort die ten minste gelijk is aan de maximumschaal, die behoort bij de functie die hem is toebedeeld bij zijn overgang naar meergenoemde instelling.
3. Met een wezenlijke onderbreking als aangegeven in het eerste en tweede lid, wordt een periode van langer dan twee maanden bedoeld. De tijd gedurende welke een ontslaguitkering als bedoeld in hoofdstuk I-H dan wel een uitkering als bedoeld in het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt genoten, wordt niet als onderbreking aangemerkt.
- Citeren als
- Art. V-S1102
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl