BWBR0003802
Geldig vanaf 2001-07-04
Artikel 2
Dierproevenbesluit
1. De wijze van uitvoering van een dierproef dient te zijn bepaald door een persoon die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte een doctoraal examen met goed gevolg heeft afgelegd in een biologische, biomedische of zoötechnische studierichting met ten minste 500 studiebelastingsuren (sbu's) biologische basisvakken. Hiervan dienen de vakken anatomie/zoölogie en dierfysiologie ieder ten minste 200 sbu's te omvatten.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon dient bovendien een door Onze Minister aan te wijzen cursus proefdierkunde te hebben gevolgd en met goed gevolg te hebben afgesloten.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon dient bovendien een door Onze Minister aan te wijzen cursus proefdierkunde te hebben gevolgd en met goed gevolg te hebben afgesloten.