BWBR0003986
Geldig vanaf 1986-07-01
Artikel 12
Intrekkingswet BB
1. Aan de noodwachter, die binnen of uiterlijk na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan worden herplaatst, wordt op zijn verzoek door het bevoegd gezag eervol ontslag verleend.
2. Aan de noodwachters, bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt door het bevoegd gezag eervol ontslag verleend met ingang van de dag, waarop de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid.
3. Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, inachtneming van de opzegtermijn, genoemd in artikel 92, tweede lid, van het Ambtenarenreglement noodwachters ( Stb.1955, 327) en in artikel 75, tweede en derde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters ( Stb.1955, 328), er toe zou leiden dat het ontslag pas kan worden verleend met ingang van een dag, die ligt na de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van deze wetwordt die opzegtermijn zodanig beperkt, dat het ontslag wordt verleend met ingang van de dag waarop de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van deze wetis verstreken.
2. Aan de noodwachters, bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt door het bevoegd gezag eervol ontslag verleend met ingang van de dag, waarop de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid.
3. Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, inachtneming van de opzegtermijn, genoemd in artikel 92, tweede lid, van het Ambtenarenreglement noodwachters ( Stb.1955, 327) en in artikel 75, tweede en derde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters ( Stb.1955, 328), er toe zou leiden dat het ontslag pas kan worden verleend met ingang van een dag, die ligt na de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van deze wetwordt die opzegtermijn zodanig beperkt, dat het ontslag wordt verleend met ingang van de dag waarop de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van deze wetis verstreken.