BWBR0004149
Geldig vanaf 2000-06-21
Artikel 19
Mediawet
1. De raad van bestuur bestaat uit een voorzitter en twee andere leden. De voorzitter en de andere leden zijn in dienst van de Stichting.
2. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. Beslissingen van de raad van toezicht tot benoeming behoeven de instemming van Onze Minister.
3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
4. De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden van de leden van de raad van bestuur vast.
5. Het lidmaatschap van de raad van bestuur is onverenigbaar met:
a. het lidmaatschap van een orgaan van, en een dienstbetrekking bij, een instelling die zendtijd heeft verkregen, met uitzondering van de Stichting Etherreclame;
b. het lidmaatschap van een netredactie.
6. De raad van bestuur regelt zijn eigen werkwijze.
7. Artikel 668a, eerste tot en met vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekis niet van toepassing.
2. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. Beslissingen van de raad van toezicht tot benoeming behoeven de instemming van Onze Minister.
3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
4. De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden van de leden van de raad van bestuur vast.
5. Het lidmaatschap van de raad van bestuur is onverenigbaar met:
a. het lidmaatschap van een orgaan van, en een dienstbetrekking bij, een instelling die zendtijd heeft verkregen, met uitzondering van de Stichting Etherreclame;
b. het lidmaatschap van een netredactie.
6. De raad van bestuur regelt zijn eigen werkwijze.
7. Artikel 668a, eerste tot en met vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekis niet van toepassing.