BWBR0004189
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 17
Wet op de architectentitel
1. Het bureau haalt een inschrijving in het register door:
a. indien de inschrijving, gelet op het bij of krachtens deze wet bepaalde, ten onrechte is geschied;
b. indien de ingeschrevene niet voldoet aan de verplichting tot het betalen van de in artikel 16, eerste lid, bedoelde bijdrage;
c. op verzoek van de ingeschrevene;
d. na het overlijden van de ingeschrevene.
2. Een besluit tot doorhaling van de inschrijving op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder a, wordt niet genomen dan nadat overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Een besluit tot doorhaling van de inschrijving op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder b, wordt niet genomen dan nadat vier weken zijn verstreken na de dag, waarop de betrokkene op zijn verzuim en het in het eerste lid bedoelde gevolg daarvan is gewezen.
4. Elke doorhaling van een inschrijving op een der gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wordt onmiddellijk bekendgemaakt, onder vermelding van hetgeen in artikel 18is bepaald.
5. Het bureau houdt aantekening van de doorhalingen en van de data waarop deze zijn geschied.
a. indien de inschrijving, gelet op het bij of krachtens deze wet bepaalde, ten onrechte is geschied;
b. indien de ingeschrevene niet voldoet aan de verplichting tot het betalen van de in artikel 16, eerste lid, bedoelde bijdrage;
c. op verzoek van de ingeschrevene;
d. na het overlijden van de ingeschrevene.
2. Een besluit tot doorhaling van de inschrijving op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder a, wordt niet genomen dan nadat overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Een besluit tot doorhaling van de inschrijving op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder b, wordt niet genomen dan nadat vier weken zijn verstreken na de dag, waarop de betrokkene op zijn verzuim en het in het eerste lid bedoelde gevolg daarvan is gewezen.
4. Elke doorhaling van een inschrijving op een der gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wordt onmiddellijk bekendgemaakt, onder vermelding van hetgeen in artikel 18is bepaald.
5. Het bureau houdt aantekening van de doorhalingen en van de data waarop deze zijn geschied.