BWBR0004197
Geldig vanaf 01-01-1988
Artikel 9
Erkenningsregeling vrijwillige plaatsingen jeugdhulpverlening
1. Indien een indicatie strekt tot (her)plaatsing in een residentiële voorziening gaat de indicatie vergezeld van een omschrijving van de doelstelling van de hulpverlening.
2. In geval van (her)plaatsing in een residentiële voorziening stelt de ambulante instelling tijdig voor het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 7, tweede lid, een schriftelijk stuk op, waarin zij op basis van een toetsing van de beschrijving bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening en aan de hand van een beoordeling van de thuissituatie, gemotiveerd aangeeft of, en zo ja waarom, zij voortzetting van de hulpverlening in de desbetreffende voorziening noodzakelijk acht.
3. Indien de ambulante instelling de in het tweede lid bedoelde beschrijving niet tijdig heeft ontvangen doet zij daarvan mededeling aan de minister.
4. De ambulante instelling onderhoudt de nodige contacten met de betrokken residentiële voorziening.
2. In geval van (her)plaatsing in een residentiële voorziening stelt de ambulante instelling tijdig voor het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 7, tweede lid, een schriftelijk stuk op, waarin zij op basis van een toetsing van de beschrijving bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening en aan de hand van een beoordeling van de thuissituatie, gemotiveerd aangeeft of, en zo ja waarom, zij voortzetting van de hulpverlening in de desbetreffende voorziening noodzakelijk acht.
3. Indien de ambulante instelling de in het tweede lid bedoelde beschrijving niet tijdig heeft ontvangen doet zij daarvan mededeling aan de minister.
4. De ambulante instelling onderhoudt de nodige contacten met de betrokken residentiële voorziening.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004197
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl