BWBR0004423
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 15b
Postwet
1. Onze Minister kan bij beschikking een bestuurlijke boete van ten hoogste een miljoen gulden opleggen aan de houder van de concessie, indien deze handelt in strijd met:
a. een verplichting gesteld bij of krachtens paragraaf 5;
b. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
c. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Het college kan bij beschikking een bestuurlijke boete van ten hoogste € 450 000 opleggen:
a. aan de houder van de concessie, indien deze handelt in strijd met: 1°. een verplichting gesteld bij of krachtens andere dan in het eerste lid bedoelde bepalingen van deze wet;
2°. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
3°. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
1°. een verplichting gesteld bij of krachtens andere dan in het eerste lid bedoelde bepalingen van deze wet;
2°. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
3°. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
b. aan de overtreder van artikel 2b, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Onze Minister, onderscheidenlijk het college, legt geen boete op indien de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
4. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt Onze Minister, onderscheidenlijk het college, in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding.
a. een verplichting gesteld bij of krachtens paragraaf 5;
b. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
c. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Het college kan bij beschikking een bestuurlijke boete van ten hoogste € 450 000 opleggen:
a. aan de houder van de concessie, indien deze handelt in strijd met: 1°. een verplichting gesteld bij of krachtens andere dan in het eerste lid bedoelde bepalingen van deze wet;
2°. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
3°. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
1°. een verplichting gesteld bij of krachtens andere dan in het eerste lid bedoelde bepalingen van deze wet;
2°. een verplichting gesteld bij of krachtens een door hem gegeven aanwijzing, of,
3°. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
b. aan de overtreder van artikel 2b, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Onze Minister, onderscheidenlijk het college, legt geen boete op indien de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
4. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt Onze Minister, onderscheidenlijk het college, in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding.