BWBR0004471
Geldig vanaf 2007-09-01
Artikel 44
Monumentenwet 1988
1. Voor zover bij de vaststelling van geldende bestemmingsplannen onvoldoende rekening is gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten, kunnen provinciale staten binnen het grondgebied van de provincie gebieden die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting archeologisch waardevol zijn, aanwijzen als archeologische attentiegebieden.
2. De gemeenteraad stelt binnen een door provinciale staten te stellen termijn in verband met een aangewezen archeologisch attentiegebied een bestemmingsplan vast.
3. Gedeputeerde staten melden een aanwijzingsbesluit als bedoeld in het eerste lid aan Onze minister.
4. Provinciale staten houden bij de vaststelling of de herziening van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordeningrekening met aangewezen archeologische attentiegebieden.
5. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
2. De gemeenteraad stelt binnen een door provinciale staten te stellen termijn in verband met een aangewezen archeologisch attentiegebied een bestemmingsplan vast.
3. Gedeputeerde staten melden een aanwijzingsbesluit als bedoeld in het eerste lid aan Onze minister.
4. Provinciale staten houden bij de vaststelling of de herziening van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordeningrekening met aangewezen archeologische attentiegebieden.
5. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.