BWBR0004627
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel Ea 5
Kieswet
1. Voordat de Kiesraad uitslagprogrammatuur bij een verkiezing ter beschikking stelt, is door een door de Kiesraad aan te wijzen deskundige en onafhankelijke instantie getoetst dat:
a. de uitslagprogrammatuur voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel Ea 3, vijfde en zesde lid en het zevende lid van dat artikel, aanhef en onder b,
b. de in artikel Ea 2, derde lid, bedoelde centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel Ea 3, zevende lid, aanhef en onder c, en
c. de aansluitvoorschriften en de gebruiksvoorschriften voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel Ea 4, tweede lid, en de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel Ea 4, vierde lid.
2. Indien de Kiesraad na het afronden van de toets, bedoeld in het eerste lid, wijzigingen van ondergeschikte aard aanbrengt in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften, behoeft geen hernieuwde toets plaats te vinden voordat hij de uitslagprogrammatuur aan de gebruiker ter beschikking stelt, mits deze wijzigingen in ieder geval geen betrekking hebben op:
a. de wijze waarop in de uitslagprogrammatuur hoofdstuk P wordt toegepast om de zetels aan de lijsten en aan de kandidaten toe te wijzen;
b. onderdelen die de beveiliging van de uitslagprogrammatuur ten doel hebben.
3. Indien naar aanleiding van een aanbeveling uit de toets, bedoeld in het eerste lid, een niet-ondergeschikte wijziging in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften wordt doorgevoerd, wordt het onderdeel waarop de wijziging van toepassing is nogmaals getoetst door de instantie, bedoeld in het eerste lid.
4. De Kiesraad maakt op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar:
a. de uitkomst van de toets, bedoeld in het eerste en derde lid, en
b. indien van toepassing, gegevens met betrekking tot ondergeschikte wijzigingen als bedoeld in het tweede lid.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de openbaarmaking, bedoeld in het vierde lid.
a. de uitslagprogrammatuur voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel Ea 3, vijfde en zesde lid en het zevende lid van dat artikel, aanhef en onder b,
b. de in artikel Ea 2, derde lid, bedoelde centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel Ea 3, zevende lid, aanhef en onder c, en
c. de aansluitvoorschriften en de gebruiksvoorschriften voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel Ea 4, tweede lid, en de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel Ea 4, vierde lid.
2. Indien de Kiesraad na het afronden van de toets, bedoeld in het eerste lid, wijzigingen van ondergeschikte aard aanbrengt in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen van de Kiesraad, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften, behoeft geen hernieuwde toets plaats te vinden voordat hij de uitslagprogrammatuur aan de gebruiker ter beschikking stelt, mits deze wijzigingen in ieder geval geen betrekking hebben op:
a. de wijze waarop in de uitslagprogrammatuur hoofdstuk P wordt toegepast om de zetels aan de lijsten en aan de kandidaten toe te wijzen;
b. onderdelen die de beveiliging van de uitslagprogrammatuur ten doel hebben.
3. Indien naar aanleiding van een aanbeveling uit de toets, bedoeld in het eerste lid, een niet-ondergeschikte wijziging in de uitslagprogrammatuur, de centrale voorzieningen en maatregelen, de aansluitvoorschriften of de gebruiksvoorschriften wordt doorgevoerd, wordt het onderdeel waarop de wijziging van toepassing is nogmaals getoetst door de instantie, bedoeld in het eerste lid.
4. De Kiesraad maakt op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar:
a. de uitkomst van de toets, bedoeld in het eerste en derde lid, en
b. indien van toepassing, gegevens met betrekking tot ondergeschikte wijzigingen als bedoeld in het tweede lid.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de openbaarmaking, bedoeld in het vierde lid.