BWBR0004766
Geldig vanaf 2022-12-02
Artikel 40b
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
1. Ingeval een lijfrenteverplichting in een situatie als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001overgaat of, beoordeeld aan het einde van het kalenderjaar, is overgegaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond van artikel 44a, eerste lid, van de wetaansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in dat artikel bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.
2. Indien de lijfrenteverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van artikel 44a, eerste lid, van de wetaansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44a, eerste lid, van de wet bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.
2. Indien de lijfrenteverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van artikel 44a, eerste lid, van de wetaansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44a, eerste lid, van de wet bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.