BWBR0004833
Geldig vanaf 1990-08-01
Artikel 2
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B
1. Dit besluit is van toepassing op:
a. een ketelinstallatie, een gasturbine of een gasturbine-installatie, waarin kolen, zware stookolie, gasolie of aardgas dan wel een mengsel van twee of meer van deze brandstoffen wordt verstookt;
b. een zuigermotor waarin gasolie of gasvormige brandstoffen dan wel een mengsel van deze brandstoffen wordt verstookt, en welke wordt gebruikt voor de aandrijving van: 1°. een elektrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie;
2°. een pomp of een compressor, die continu wordt gebruikt voor de produktie of het transport van aardgas, welke ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van ten minste 5000 uur.
1°. een elektrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie;
2°. een pomp of een compressor, die continu wordt gebruikt voor de produktie of het transport van aardgas, welke ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van ten minste 5000 uur.
2. In afwijking van het eerste lid, zijn van de toepassing van dit besluit uitgezonderd:
a. een bestaande gasturbine-installatie, waarvan tenminste een ketelinstallatie op kolen wordt gestookt;
b. een met zware stookolie, gasolie of aardgas gestookte ketelinstallatie met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder per ketel;
c. een gasturbine-installatie of een gasturbine, die jaarlijks minder dan 500 uren in bedrijf is;
d. een gasturbine-installatie of een gasturbine, waarvan het netto asvermogen minder bedraagt dan 1 MW;
e. een bestaande zuigermotor, waarin het aandeel van gasvormige brandstoffen in de warmte-inhoud van de toegevoerde brandstof minder dan 50% bedraagt;
f. een stookinstallatie die blijkens een daarvoor verleende vergunning wordt gebruikt voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of van technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden of stof;
g. een bestaande ketelinstallatie die bestemd is voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
h. een stookinstallatie waarvoor emissie-eisen zijn gesteld bij of krachtens het Besluit verbranden afvalstoffen.
a. een ketelinstallatie, een gasturbine of een gasturbine-installatie, waarin kolen, zware stookolie, gasolie of aardgas dan wel een mengsel van twee of meer van deze brandstoffen wordt verstookt;
b. een zuigermotor waarin gasolie of gasvormige brandstoffen dan wel een mengsel van deze brandstoffen wordt verstookt, en welke wordt gebruikt voor de aandrijving van: 1°. een elektrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie;
2°. een pomp of een compressor, die continu wordt gebruikt voor de produktie of het transport van aardgas, welke ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van ten minste 5000 uur.
1°. een elektrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie;
2°. een pomp of een compressor, die continu wordt gebruikt voor de produktie of het transport van aardgas, welke ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van ten minste 5000 uur.
2. In afwijking van het eerste lid, zijn van de toepassing van dit besluit uitgezonderd:
a. een bestaande gasturbine-installatie, waarvan tenminste een ketelinstallatie op kolen wordt gestookt;
b. een met zware stookolie, gasolie of aardgas gestookte ketelinstallatie met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder per ketel;
c. een gasturbine-installatie of een gasturbine, die jaarlijks minder dan 500 uren in bedrijf is;
d. een gasturbine-installatie of een gasturbine, waarvan het netto asvermogen minder bedraagt dan 1 MW;
e. een bestaande zuigermotor, waarin het aandeel van gasvormige brandstoffen in de warmte-inhoud van de toegevoerde brandstof minder dan 50% bedraagt;
f. een stookinstallatie die blijkens een daarvoor verleende vergunning wordt gebruikt voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of van technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden of stof;
g. een bestaande ketelinstallatie die bestemd is voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
h. een stookinstallatie waarvoor emissie-eisen zijn gesteld bij of krachtens het Besluit verbranden afvalstoffen.