BWBR0005035
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 6
Besluit laad- en lostijden en overliggeld in de binnenvaart 1991
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 telt, voorzover de bevrachter of ontvanger het schip ophoudt nadat de laad- of lostijd, als bedoeld in artikel 4, is verstreken, elk tijdvak van zes uren, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, als een halve overligdag en is met betrekking daartoe een vergoeding verschuldigd, gelijk aan de helft van het overliggeld per dag.
2. Het overliggeld bedraagt voor elke overligdag:
a. voor motorschepen: een vast bedrag van € 49,92, vermeerderd met € 0,26 per m3 van de verplaatsing.
b. voor sleepschepen en duwbakken: 1e. indien de verplaatsing van het schip minder dan 600 m3 is, een vast bedrag van € 68,07, vermeerderd met € 0,10 per m3 van de verplaatsing;
2e. indien de verplaatsing van het schip 600 m3 of meer is, een vast bedrag van € 127,97, vermeerderd met € 0,09 voor elke m3 boven 600 m3 van de verplaatsing.
1e. indien de verplaatsing van het schip minder dan 600 m3 is, een vast bedrag van € 68,07, vermeerderd met € 0,10 per m3 van de verplaatsing;
2e. indien de verplaatsing van het schip 600 m3 of meer is, een vast bedrag van € 127,97, vermeerderd met € 0,09 voor elke m3 boven 600 m3 van de verplaatsing.
3. Voor de berekening van het overliggeld worden een halve m3 en een gedeelte van een m3, groter dan een halve m3, voor een gehele m3 gerekend en wordt een gedeelte van een m3, kleiner dan een halve m3, verwaarloosd.
4. Het overliggeld per tijdvak of per dag wordt afgerond op hele centen, waarbij een halve cent wordt afgerond naar boven.
2. Het overliggeld bedraagt voor elke overligdag:
a. voor motorschepen: een vast bedrag van € 49,92, vermeerderd met € 0,26 per m3 van de verplaatsing.
b. voor sleepschepen en duwbakken: 1e. indien de verplaatsing van het schip minder dan 600 m3 is, een vast bedrag van € 68,07, vermeerderd met € 0,10 per m3 van de verplaatsing;
2e. indien de verplaatsing van het schip 600 m3 of meer is, een vast bedrag van € 127,97, vermeerderd met € 0,09 voor elke m3 boven 600 m3 van de verplaatsing.
1e. indien de verplaatsing van het schip minder dan 600 m3 is, een vast bedrag van € 68,07, vermeerderd met € 0,10 per m3 van de verplaatsing;
2e. indien de verplaatsing van het schip 600 m3 of meer is, een vast bedrag van € 127,97, vermeerderd met € 0,09 voor elke m3 boven 600 m3 van de verplaatsing.
3. Voor de berekening van het overliggeld worden een halve m3 en een gedeelte van een m3, groter dan een halve m3, voor een gehele m3 gerekend en wordt een gedeelte van een m3, kleiner dan een halve m3, verwaarloosd.
4. Het overliggeld per tijdvak of per dag wordt afgerond op hele centen, waarbij een halve cent wordt afgerond naar boven.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005035
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl