BWBR0005260
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 14
Maatregel teboekgestelde schepen 1992
1. Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboekindien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt tevens de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring aangeboden.
2. In het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld of het schip reeds, als schip in aanbouw of als afgebouwd schip, in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat of te boek gestaan heeft.
3. In geval van vroegere teboekstellingen in de openbare registers wordt in het verzoek elke teboekstelling en het desbetreffende brandmerk vermeld.
4. In geval van vroegere teboekstellingen in een buitenlands register wordt in het verzoek vermeld een identificatiekenmerk, soortgelijk aan het brandmerk, alsmede het land of de staat en de plaats van de teboekstelling. Indien vorenbedoeld identificatiekenmerk met betrekking tot het schip niet bestaat, wordt in het verzoek vermeld het land of de staat, de plaats en de dagtekening van de teboekstelling van het schip en het register waarin en het volgnummer waaronder in dat register de vroegere teboekstelling is ingeschreven.
5. Behoudens het bepaalde in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, eerste lid, wordt, indien het schip reeds in een buitenlands register te boek gestaan heeft, bij het in het eerste lid genoemde verzoek overgelegd een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald.
2. In het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld of het schip reeds, als schip in aanbouw of als afgebouwd schip, in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat of te boek gestaan heeft.
3. In geval van vroegere teboekstellingen in de openbare registers wordt in het verzoek elke teboekstelling en het desbetreffende brandmerk vermeld.
4. In geval van vroegere teboekstellingen in een buitenlands register wordt in het verzoek vermeld een identificatiekenmerk, soortgelijk aan het brandmerk, alsmede het land of de staat en de plaats van de teboekstelling. Indien vorenbedoeld identificatiekenmerk met betrekking tot het schip niet bestaat, wordt in het verzoek vermeld het land of de staat, de plaats en de dagtekening van de teboekstelling van het schip en het register waarin en het volgnummer waaronder in dat register de vroegere teboekstelling is ingeschreven.
5. Behoudens het bepaalde in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, eerste lid, wordt, indien het schip reeds in een buitenlands register te boek gestaan heeft, bij het in het eerste lid genoemde verzoek overgelegd een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald.