Uitleg Artikel 109 BW Boek 6 in gewone taal
Dit artikel gaat over schadevergoeding als iemand aansprakelijk is voor schade. Normaal gesproken moet de schade volledig worden vergoed. Maar soms kan dat oneerlijk zijn. Bijvoorbeeld als de schade zo groot is dat het de schuldenaar financieel helemaal kapotmaakt, terwijl de andere partij (bijvoorbeeld een bedrijf) er makkelijk tegen kan. In zo’n geval mag de rechter beslissen om de schadevergoeding te verlagen.
De rechter kijkt hierbij naar:
- De aard van de aansprakelijkheid: Was het een ongeluk of opzet?
- De band tussen partijen: Zijn het bijvoorbeeld een werkgever en werknemer?
- De financiële situatie van beide partijen: Kan de ene partij de schade makkelijk betalen, terwijl de andere partij erdoor failliet gaat?
Voorbeeld:
Stel, een werknemer veroorzaakt per ongeluk een enorme brand in een fabriek. De schade is miljoenen. De werknemer heeft geen vermogen, maar de werkgever wel. De rechter kan dan besluiten dat de werknemer niet de hele schade hoeft te betalen, maar alleen een deel.
De rechter mag de vergoeding niet lager maken dan het bedrag waarvoor de schuldenaar verzekerd is. Dus als iemand een verzekering heeft afgesloten voor €100.000, kan de rechter niet zeggen: "Je hoeft maar €50.000 te betalen."
Tot slot: als partijen in een contract hebben afgesproken dat de rechter nooit de schade mag matigen, is dat contract niet geldig. De rechter kan altijd kijken of de vergoeding oneerlijk hoog is.
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.