Uitleg Artikel 159 BW Boek 6 (in gewone taal)
Stel, je hebt een contract met iemand afgesloten, bijvoorbeeld een lening of een huurcontract. Artikel 159 zegt dat je dit contract kunt overdragen aan een derde (een nieuwe partij), maar alleen als de andere partij (je wederpartij) hiermee akkoord gaat. Dit doe je door een nieuwe overeenkomst op te stellen tussen jou en die derde partij. De wederpartij hoeft niet direct bij die nieuwe overeenkomst betrokken te zijn, maar moet wel toestemming geven.
Als je het contract overdraagt, gaan alle rechten en plichten over naar de nieuwe partij. Bijvoorbeeld: als je een lening hebt en deze overdraagt aan een vriend, moet die vriend nu de lening afbetalen en mag hij de rente innen. Uitzondering: als er al iets is afgesproken over specifieke rechten of plichten (bijvoorbeeld een boete bij te late betaling), dan blijven die vaak bij jou.
De wet verwijst naar andere artikelen (156 en 157) die regelen dat de wederpartij niet zomaar kan weigeren om mee te werken, tenzij er een goede reden is. Ook moet de overdracht duidelijk en schriftelijk gebeuren, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.