BWBR0005290 Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 7:322 BW
Burgerlijk Wetboek Boek 7 — artikel 322
1. Wanneer niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 321 lid 1kan de verpachter, zolang de pachtovereenkomst door de grondkamer niet is goedgekeurd, niet een rechtsvordering tot betaling van de pachtprijs tegen de pachter instellen en geldt de pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd, zonder dat zij door een van de partijen kan worden opgezegd; wordt de goedkeuring verleend, dan gaat de in artikel 325bedoelde duur in bij de aanvang van het pachtjaar, volgende op dat, waarin de overeenkomst is ingezonden.
2. De grondkamer is bevoegd op verzoek van een partij in bijzondere gevallen bij de goedkeuring te bepalen, dat de in artikel 325bedoelde duur op een eerder tijdstip ingaat.
2. De grondkamer is bevoegd op verzoek van een partij in bijzondere gevallen bij de goedkeuring te bepalen, dat de in artikel 325bedoelde duur op een eerder tijdstip ingaat.
- Citeren als
- Art. 7:322 BW
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005290
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl