BWBR0005290 Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 7:971 BW
Burgerlijk Wetboek Boek 7 — artikel 971
1. Bij het vestigen van een pandrecht op uit een sommenverzekering voortvloeiende rechten mist artikel 239 van Boek 3toepassing.
2. Indien het pandrecht rust op een recht op uitkering, treedt voor de toepassing van de artikelen 246en 253 van Boek 3en artikel 490b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingde hoofdgerechtigde voor de pandgever in de plaats. Heeft een als hoofdgerechtigde aangewezen derde zijn aanwijzing nog niet aanvaard, dan stelt de pandhouder de derde daartoe in de gelegenheid.
3. In afwijking van lid 2 kan de pandhouder een overschot als bedoeld in artikel 253 lid 1, tweede zin, van Boek 3ook afdragen aan de verzekeraar. De verzekeraar is het bedrag verschuldigd aan de hoofdgerechtigde.
2. Indien het pandrecht rust op een recht op uitkering, treedt voor de toepassing van de artikelen 246en 253 van Boek 3en artikel 490b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingde hoofdgerechtigde voor de pandgever in de plaats. Heeft een als hoofdgerechtigde aangewezen derde zijn aanwijzing nog niet aanvaard, dan stelt de pandhouder de derde daartoe in de gelegenheid.
3. In afwijking van lid 2 kan de pandhouder een overschot als bedoeld in artikel 253 lid 1, tweede zin, van Boek 3ook afdragen aan de verzekeraar. De verzekeraar is het bedrag verschuldigd aan de hoofdgerechtigde.
- Citeren als
- Art. 7:971 BW
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005290
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl