BWBR0005384
Geldig vanaf 2016-05-10
Artikel 5
Warenwetbesluit gastoestellen
1. Gastoestellen dienen door de fabrikant te zijn voorzien van de in bijlage II, onder A, bedoelde aanduiding.
2. De in het eerste lid bedoelde aanduiding mag uitsluitend worden gebezigd:
a. na het verkrijgen van een EG-type-onderzoekcertificaat voor het desbetreffende type gastoestel, als bedoeld in het in bijlage III, onderdeel A, genoemde EG-type-onderzoek en zolang de vervaardiging van het type toestel geschiedt met inachtneming van één van de vier in bijlage III, onderdeel B, genoemde procedures inzake de vervaardiging van gastoestellen, dan wel,
b. na inachtneming van de in onderdeel C van bijlage III genoemde procedure inzake EG-keuring per eenheid, voor ieder gastoestel afzonderlijk.
3. Toebehoren mogen niet zijn voorzien van de in het eerste lid bedoelde aanduiding maar dienen te zijn voorzien van een door de fabrikant afgegeven verklaring dat zij voldoen aan de van toepassing zijnde eisen als opgenomen in bijlage Ien waarin tevens de kenmerken van het toebehoren zijn vermeld alsmede de voorschriften voor het inbouwen in een gastoestel of het assembleren daarvan, welke van belang zijn voor het voldoen aan de voor gastoestellen bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.
4. De in het derde lid bedoelde verklaring mag slechts worden afgegeven voor toebehoren ten aanzien waarvan één van de vier in bijlage III, onderdeel B, genoemde procedures voor gastoestellen op overeenkomstige wijze in acht is genomen, met uitzondering van het in die procedures bepaalde aangaande de CE-markering en waarvoor een EG-type-onderzoekcertificaat als bedoeld in het in bijlage III, onderdeel A, genoemde type-onderzoek, is verkregen voor het desbetreffende type toebehoren.
2. De in het eerste lid bedoelde aanduiding mag uitsluitend worden gebezigd:
a. na het verkrijgen van een EG-type-onderzoekcertificaat voor het desbetreffende type gastoestel, als bedoeld in het in bijlage III, onderdeel A, genoemde EG-type-onderzoek en zolang de vervaardiging van het type toestel geschiedt met inachtneming van één van de vier in bijlage III, onderdeel B, genoemde procedures inzake de vervaardiging van gastoestellen, dan wel,
b. na inachtneming van de in onderdeel C van bijlage III genoemde procedure inzake EG-keuring per eenheid, voor ieder gastoestel afzonderlijk.
3. Toebehoren mogen niet zijn voorzien van de in het eerste lid bedoelde aanduiding maar dienen te zijn voorzien van een door de fabrikant afgegeven verklaring dat zij voldoen aan de van toepassing zijnde eisen als opgenomen in bijlage Ien waarin tevens de kenmerken van het toebehoren zijn vermeld alsmede de voorschriften voor het inbouwen in een gastoestel of het assembleren daarvan, welke van belang zijn voor het voldoen aan de voor gastoestellen bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.
4. De in het derde lid bedoelde verklaring mag slechts worden afgegeven voor toebehoren ten aanzien waarvan één van de vier in bijlage III, onderdeel B, genoemde procedures voor gastoestellen op overeenkomstige wijze in acht is genomen, met uitzondering van het in die procedures bepaalde aangaande de CE-markering en waarvoor een EG-type-onderzoekcertificaat als bedoeld in het in bijlage III, onderdeel A, genoemde type-onderzoek, is verkregen voor het desbetreffende type toebehoren.