BWBR0005700
Geldig vanaf 1992-12-31
Artikel 14g
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
1. De behandelaar verschaft aan de betrokkene, indien deze niet langer in zijn geestvermogens is gestoord of gevaarlijk is, in het geval, bedoeld in artikel 14f, onderdeel b, of indien de rechter na toepassing van artikel 14g, vierde lid, zulks heeft bevolen, een schriftelijke verklaring ter zake. Artikel 45, eerste lid, laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
2. De betrokkene, ieder van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde personen alsmede de inspecteur en de officier van justitie in wiens ambtsgebied de woonplaats van de betrokkene is gelegen, kunnen aan de behandelaar verzoeken een verklaring als bedoeld in het eerste lid, te verschaffen.
3. De beslissing op het verzoek wordt aan de inspecteur medegedeeld. Voor de toepassing van het vierde lid wordt met een afwijzende beslissing van de behandelaar gelijkgesteld het niet beslissen binnen twee weken na ontvangst van het verzoek.
4. In geval van een afwijzende beslissing kan degene die de beslissing heeft verkregen, de officier van justitie verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken. Artikel 14e, eerste lid, tweede volzin, en tweede tot en met vierde lid, en artikel 49, zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De betrokkene, ieder van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde personen alsmede de inspecteur en de officier van justitie in wiens ambtsgebied de woonplaats van de betrokkene is gelegen, kunnen aan de behandelaar verzoeken een verklaring als bedoeld in het eerste lid, te verschaffen.
3. De beslissing op het verzoek wordt aan de inspecteur medegedeeld. Voor de toepassing van het vierde lid wordt met een afwijzende beslissing van de behandelaar gelijkgesteld het niet beslissen binnen twee weken na ontvangst van het verzoek.
4. In geval van een afwijzende beslissing kan degene die de beslissing heeft verkregen, de officier van justitie verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken. Artikel 14e, eerste lid, tweede volzin, en tweede tot en met vierde lid, en artikel 49, zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.