BWBR0005822
Geldig vanaf 01-10-1993
Artikel 6
Samenwerkingsverordening 1993
1. De erkenning bedoeld in artikel 4 sub c kan geschieden indien:
a. de leden van die andere beroepsgroep een vrij beroep uitoefenen; en
b. voor de uitoefening van dat beroep een academische of daarmee gelijk te stellen opleiding is vereist; en
c. de leden van die andere beroepsgroep zijn onderworpen aan tuchtrecht, vergelijkbaar met het tuchtrecht voor de advocaat: en
d. het aangaan van een samenwerkingsverband met leden van die andere beroepsgroep niet strijdt met het bepaalde in de artikelen 2 en 3.
2. De erkenning kan ook plaatsvinden ten aanzien van een bepaald deel van een beroepsgroep. De in het eerste lid sub a - d genoemde voorwaarden zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing, onverminderd de bevoegdheid van de Algemene Raad om aanvullende voorwaarden te stellen.
3. De Algemene Raad raadpleegt het College van Afgevaardigden, voordat hij een besluit neemt als bedoeld in de voorgaande leden van dit artikel.
a. de leden van die andere beroepsgroep een vrij beroep uitoefenen; en
b. voor de uitoefening van dat beroep een academische of daarmee gelijk te stellen opleiding is vereist; en
c. de leden van die andere beroepsgroep zijn onderworpen aan tuchtrecht, vergelijkbaar met het tuchtrecht voor de advocaat: en
d. het aangaan van een samenwerkingsverband met leden van die andere beroepsgroep niet strijdt met het bepaalde in de artikelen 2 en 3.
2. De erkenning kan ook plaatsvinden ten aanzien van een bepaald deel van een beroepsgroep. De in het eerste lid sub a - d genoemde voorwaarden zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing, onverminderd de bevoegdheid van de Algemene Raad om aanvullende voorwaarden te stellen.
3. De Algemene Raad raadpleegt het College van Afgevaardigden, voordat hij een besluit neemt als bedoeld in de voorgaande leden van dit artikel.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005822
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl