BWBR0005943
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 12
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
1. Onze Minister stelt de eigenaar van het zeeschip, de rompbevrachter en de bevoegde autoriteit van het land, waar het schip buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten teboekstaat, onverwijld in kennis van elke inschrijving van een zeeschip in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving.
2. Onze Minister stelt de Hoofdbewaarder der Scheepsbewijzen in het Europese deel van Nederland, de Bewaarder der Scheepsbewijzen in Aruba of de Bewaarder van het openbaar register onverwijld in kennis van een inschrijving in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving van een zeeschip dat teboekstaat in het Europese deel van Nederland, in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.
3. De kennisgeving van een beslissing tot doorhaling als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt ten minste veertien dagen vóór de dagtekening van de doorhaling.
2. Onze Minister stelt de Hoofdbewaarder der Scheepsbewijzen in het Europese deel van Nederland, de Bewaarder der Scheepsbewijzen in Aruba of de Bewaarder van het openbaar register onverwijld in kennis van een inschrijving in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving van een zeeschip dat teboekstaat in het Europese deel van Nederland, in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.
3. De kennisgeving van een beslissing tot doorhaling als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt ten minste veertien dagen vóór de dagtekening van de doorhaling.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005943
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl