BWBR0006073
Geldig vanaf 2020-04-01
Artikel 22
Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993
1. Degene die zich ingevolge het in artikel 21, tweede lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen.
2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het instituut onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Het instituut bepaalt daarbij op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft.
3. Het instituut deelt het besluit mede aan de in artikel 24aen de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderingbedoelde ambtenaren.
4. De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
5. Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.
2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het instituut onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Het instituut bepaalt daarbij op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft.
3. Het instituut deelt het besluit mede aan de in artikel 24aen de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderingbedoelde ambtenaren.
4. De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
5. Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.