BWBR0006109
Geldig vanaf 1993-11-05
Artikel 7
Besluit gemedicineerd voeder
1. Gemedicineerd voeder wordt zodanig bereid, dat het daarin gebruikte diervoeder en het daarin verwerkte voormengsel met medicinale werking of halffabrikaat met medicinale werking met inachtneming van dienaangaande gestelde nadere regels zijn vermengd tot een homogeen en stabiel produkt.
2. Gemedicineerd voeder wordt zodanig bereid dat het daarin verwerkte voormengsel met medicinale werking of halffabrikaat met medicinale werking zijn werkzaamheid heeft behouden en dat:
a. ongewenste wisselwerking tussen de daarin verwerkte diergeneesmiddelen, toevoegingsmiddelen en diervoeders is uitgesloten,
b. het gemedicineerde voeder gedurende het in artikel 11, tweede lid, voorgeschreven tijdvak houdbaar is, en
c. het voor de bereiding van het gemedicineerde diervoeder te gebruiken diervoeder niet dezelfde antibiotica of dezelfde coccidiostatica bevat als die welke in het daarvan verwerkte voormengsel met medicinale werking als actieve stof zijn gebruikt.
2. Gemedicineerd voeder wordt zodanig bereid dat het daarin verwerkte voormengsel met medicinale werking of halffabrikaat met medicinale werking zijn werkzaamheid heeft behouden en dat:
a. ongewenste wisselwerking tussen de daarin verwerkte diergeneesmiddelen, toevoegingsmiddelen en diervoeders is uitgesloten,
b. het gemedicineerde voeder gedurende het in artikel 11, tweede lid, voorgeschreven tijdvak houdbaar is, en
c. het voor de bereiding van het gemedicineerde diervoeder te gebruiken diervoeder niet dezelfde antibiotica of dezelfde coccidiostatica bevat als die welke in het daarvan verwerkte voormengsel met medicinale werking als actieve stof zijn gebruikt.