BWBR0006319
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 12
Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds
1. De belanghebbende, die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, of een herplaatsingswachtgeld krachtens de Spoorwegpensioenwet, heeft vanaf de inwerkingtreding van deze wet recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, indien hij terzake van de beëindiging van zijn arbeidsverhouding tot N.S. recht op uitkering op grond van die wet zou hebben gehad indien die arbeidsverhouding als dienstbetrekking in de zin van die wet zou zijn aangemerkt, en dat recht nog zou voortduren op eerstgenoemde tijdstip.
2. De belanghebbende, die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet in een arbeidsverhouding tot N.S. staat, maar niet meer op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, heeft recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, vanaf de dag, waarop dit recht zou zijn ontstaan indien de arbeidsverhouding tot N.S. als dienstbetrekking in de zin van die wet zou zijn aangemerkt.
3. De belanghebbende die wegens gelijke omstandigheden als bedoeld in de artikelen 8, 19en 19a van de Werkloosheidswetop de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geen recht heeft op de in het eerste lid bedoelde NS-werkloosheidsuitkering of op een herplaatsingswachtgeld krachtens de Spoorwegpensioenwet, heeft recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswetvanaf de eerste dag na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarop dit recht zou zijn ontstaan of herleven indien de arbeidsverhouding tot N.S. als dienstbetrekking in de zin van de Werkloosheidswet zou zijn aangemerkt.
2. De belanghebbende, die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet in een arbeidsverhouding tot N.S. staat, maar niet meer op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, heeft recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, vanaf de dag, waarop dit recht zou zijn ontstaan indien de arbeidsverhouding tot N.S. als dienstbetrekking in de zin van die wet zou zijn aangemerkt.
3. De belanghebbende die wegens gelijke omstandigheden als bedoeld in de artikelen 8, 19en 19a van de Werkloosheidswetop de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geen recht heeft op de in het eerste lid bedoelde NS-werkloosheidsuitkering of op een herplaatsingswachtgeld krachtens de Spoorwegpensioenwet, heeft recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswetvanaf de eerste dag na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarop dit recht zou zijn ontstaan of herleven indien de arbeidsverhouding tot N.S. als dienstbetrekking in de zin van de Werkloosheidswet zou zijn aangemerkt.