BWBR0006353
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 6
Wet brutering overhevelingstoeslag lonen
1. Deze wet leidt niet tot andere, voorafgaande aan 1 januari van het vervaljaar verworven of aangegane, in geld uitgedrukte aanspraken, rechten en verplichtingen voor een belanghebbende bij een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever dan wanneer deze wet niet tot stand zou zijn gekomen.
2. Ingaande 1 januari van het vervaljaar wordt gedurende een periode van vier jaren voor de berekening van aanspraken, rechten en verplichtingen voor een belanghebbende bij een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever het loon verminderd met het krachtens artikel 3, tweede lid, vastgestelde percentage en maximumbedrag overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen voorschriften.
3. Het ingaande 1 januari van het vervaljaar niet meer van kracht zijn van de artikelen 81 en 82 van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies zal gedurende een periode van vier jaren met betrekking tot uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswetof de Algemene nabestaandenwetniet leiden tot andere in guldens uitgedrukte aanspraken, rechten en verplichtingen voor een belanghebbende bij een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever dan wanneer deze artikelen van kracht zouden zijn gebleven.
4. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan voor een goede toepassing van het derde lid bij ministeriële regeling regels vaststellen, alsmede bedragen op grond van de Algemene Ouderdomsweten de Algemene nabestaandenwetdie met inachtneming van die regels worden vastgesteld.
2. Ingaande 1 januari van het vervaljaar wordt gedurende een periode van vier jaren voor de berekening van aanspraken, rechten en verplichtingen voor een belanghebbende bij een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever het loon verminderd met het krachtens artikel 3, tweede lid, vastgestelde percentage en maximumbedrag overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen voorschriften.
3. Het ingaande 1 januari van het vervaljaar niet meer van kracht zijn van de artikelen 81 en 82 van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies zal gedurende een periode van vier jaren met betrekking tot uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswetof de Algemene nabestaandenwetniet leiden tot andere in guldens uitgedrukte aanspraken, rechten en verplichtingen voor een belanghebbende bij een pensioenregeling van een pensioenfonds of van een werkgever dan wanneer deze artikelen van kracht zouden zijn gebleven.
4. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan voor een goede toepassing van het derde lid bij ministeriële regeling regels vaststellen, alsmede bedragen op grond van de Algemene Ouderdomsweten de Algemene nabestaandenwetdie met inachtneming van die regels worden vastgesteld.