BWBR0006368
Geldig vanaf 2008-12-29
Artikel 42a
Wet op de rechtsbijstand
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
a. de gegevens die Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting verstrekt aan de raad, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt;
b. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
c. de bij de aanvraag tot subsidieverlening over te leggen gegevens of bescheiden;
d. de eisen waaraan de begroting moet voldoen:
e. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald;
f. het verlenen van voorschotten;
g. de gevallen waarin de raad een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigd is, alsmede hoe deze vergoeding wordt berekend;
h. de omvang en aanvulling van de egalisatiereserves en de aanwending van overschotten;
i. de overige aan de subsidie verbonden verplichtingen;
j. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in acht wordt genomen;
k. de termijn waarbinnen Onze Minister op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie beslist;
l. het onderzoek door de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht;
m. de overige eisen waaraan het financiële verslag en het activiteitenverslag moeten voldoen.
2. Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, als bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vast.
a. de gegevens die Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting verstrekt aan de raad, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt;
b. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
c. de bij de aanvraag tot subsidieverlening over te leggen gegevens of bescheiden;
d. de eisen waaraan de begroting moet voldoen:
e. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald;
f. het verlenen van voorschotten;
g. de gevallen waarin de raad een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigd is, alsmede hoe deze vergoeding wordt berekend;
h. de omvang en aanvulling van de egalisatiereserves en de aanwending van overschotten;
i. de overige aan de subsidie verbonden verplichtingen;
j. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in acht wordt genomen;
k. de termijn waarbinnen Onze Minister op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie beslist;
l. het onderzoek door de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht;
m. de overige eisen waaraan het financiële verslag en het activiteitenverslag moeten voldoen.
2. Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, als bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vast.