BWBR0006423
Geldig vanaf 2004-07-01
Artikel 5
Besluit tankstations milieubeheer
1. Ingeval van het oprichten van een tankstation voor het wegverkeer is degene die het tankstation drijft, verplicht tot het uitvoeren van een verkennend onderzoek tankstations, waarbij de voorgenomen aktiviteiten op het tankstation bepalend zijn voor de te maken keuzen in het verkennend onderzoek tankstations. Hij geeft het bevoegd gezag vóór het in werking brengen van het tankstation kennis van de resultaten van dit onderzoek.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een uitbreiding of wijziging van een tankstation voor het wegverkeer, voor zover dit uitbreiden of wijzigen tot gevolg heeft dat een ondergrondse tank, een vulpunt van een ondergrondse tank of een afleverzuil op een lokatie komt te liggen, waarop een eerder verricht onderzoek als bedoeld in het eerste, derde of vierde lid geen betrekking had.
3. Degene die een tankstation voor het wegverkeer drijft, dat is opgericht vóór 1 januari 1992, geeft het bevoegd gezag, vóór het tijdstip waarop de artikelen 2 en 3 op dit tankstation van toepassing worden, kennis van de resultaten van een verkennend onderzoek tankstations.
4. Degene die een tankstation drijft dat op of na 1 januari 1992 en voor het tijdstip van in werking treden van dit besluit is opgericht, geeft het bevoegd gezag vóór 1 september 1994 kennis van de resultaten van een verkennend onderzoek tankstations.
5. Indien een bodemsanering bij een tankstation voor het wegverkeer is uitgevoerd en een afsluitend evaluatie-onderzoek heeft plaatsgevonden, worden de resultaten van dat evaluatie-onderzoek aan het bevoegd gezag overgelegd binnen vier weken nadat die resultaten aan degene die de inrichting drijft, bekend zijn geworden. In voorkomende gevallen maakt het bevoegd gezag gebruik van de resultaten van het evaluatie-onderzoek in plaats van de resultaten van het verkennend onderzoek tankstations.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een uitbreiding of wijziging van een tankstation voor het wegverkeer, voor zover dit uitbreiden of wijzigen tot gevolg heeft dat een ondergrondse tank, een vulpunt van een ondergrondse tank of een afleverzuil op een lokatie komt te liggen, waarop een eerder verricht onderzoek als bedoeld in het eerste, derde of vierde lid geen betrekking had.
3. Degene die een tankstation voor het wegverkeer drijft, dat is opgericht vóór 1 januari 1992, geeft het bevoegd gezag, vóór het tijdstip waarop de artikelen 2 en 3 op dit tankstation van toepassing worden, kennis van de resultaten van een verkennend onderzoek tankstations.
4. Degene die een tankstation drijft dat op of na 1 januari 1992 en voor het tijdstip van in werking treden van dit besluit is opgericht, geeft het bevoegd gezag vóór 1 september 1994 kennis van de resultaten van een verkennend onderzoek tankstations.
5. Indien een bodemsanering bij een tankstation voor het wegverkeer is uitgevoerd en een afsluitend evaluatie-onderzoek heeft plaatsgevonden, worden de resultaten van dat evaluatie-onderzoek aan het bevoegd gezag overgelegd binnen vier weken nadat die resultaten aan degene die de inrichting drijft, bekend zijn geworden. In voorkomende gevallen maakt het bevoegd gezag gebruik van de resultaten van het evaluatie-onderzoek in plaats van de resultaten van het verkennend onderzoek tankstations.