BWBR0006446
Geldig vanaf 1994-07-26
Artikel 10
Overlegbesluit onderwijspersoneel
1. De Sectorcommissie stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde dan wel op haar verzoek in het overleg behandelde aangelegenheden.
2. Over aangelegenheden waarover Onze Minister overleg voert met het Werkgeversoverleg, geeft de Sectorcommissie haar standpunt na afronding van het overleg met het Werkgeversoverleg. De Sectorcommissie is bevoegd om haar moverende redenen van de eerste volzin af te wijken.
3. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit.
4. Voor zover omtrent enig onderwerp in de Sectorcommissie een minderheidsstandpunt blijkt, wordt hiervan in de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving mededeling gedaan, alsook van de overwegingen, waarmee de onderscheidene standpunten zijn ondersteund.
5. Een afdeling of werkgroep stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde in het overleg behandelde aangelegenheden. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De voorzitter SCOP brengt het standpunt van de afdeling of werkgroep schriftelijk ter kennis van de leden en plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.
2. Over aangelegenheden waarover Onze Minister overleg voert met het Werkgeversoverleg, geeft de Sectorcommissie haar standpunt na afronding van het overleg met het Werkgeversoverleg. De Sectorcommissie is bevoegd om haar moverende redenen van de eerste volzin af te wijken.
3. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit.
4. Voor zover omtrent enig onderwerp in de Sectorcommissie een minderheidsstandpunt blijkt, wordt hiervan in de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving mededeling gedaan, alsook van de overwegingen, waarmee de onderscheidene standpunten zijn ondersteund.
5. Een afdeling of werkgroep stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde in het overleg behandelde aangelegenheden. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De voorzitter SCOP brengt het standpunt van de afdeling of werkgroep schriftelijk ter kennis van de leden en plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.