BWBR0006517
Geldig vanaf 2024-11-09
Artikel 29b
Besluit bezoldiging politie
1. In dit hoofdstuk wordt onder ambtenaar verstaan:
a. de ambtenaar, geboren in het tijdvak 1 januari 1955 tot en met 31 december 1960, die op 31 december 2020 in dienst was; en
b. de ambtenaar, geboren in 1961, die op 31 maart 2025 in dienst was.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar
a. die op 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 geen dienst verrichtte vanwege gebruikmaking van een levensloopregeling met aansluitend een ontslag, of op grond van een met het bevoegd gezag getroffen regeling met aansluitend een ontslag;
b. die op 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 een aanstelling in tijdelijke dienst had op grond van artikel 4 of artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene rechtspositie politie; of
c. aan wie na 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 ontslag wordt verleend anders dan op grond van artikel 88d of 94, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
a. de ambtenaar, geboren in het tijdvak 1 januari 1955 tot en met 31 december 1960, die op 31 december 2020 in dienst was; en
b. de ambtenaar, geboren in 1961, die op 31 maart 2025 in dienst was.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar
a. die op 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 geen dienst verrichtte vanwege gebruikmaking van een levensloopregeling met aansluitend een ontslag, of op grond van een met het bevoegd gezag getroffen regeling met aansluitend een ontslag;
b. die op 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 een aanstelling in tijdelijke dienst had op grond van artikel 4 of artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene rechtspositie politie; of
c. aan wie na 31 december 2020 respectievelijk 31 maart 2025 ontslag wordt verleend anders dan op grond van artikel 88d of 94, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit algemene rechtspositie politie.