BWBR0006519
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 5
Besluit vergoeding dienstreizen politie
1. Indien de ambtenaar voor een dienstreis zonder toestemming van het bevoegd gezag gebruik maakt van een eigen motorvoertuig, wordt hem geen vergoeding verleend.
2. Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.
3. Indien de dienstreis wel op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag in bijzondere omstandigheden de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.
4. Onder reiskosten worden bij het gebruik van een eigen vervoermiddel mede verstaan de kosten voor het gebruik maken van een parkeerplaats, garage of stalling, overvaart- en tolgelden.
2. Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.
3. Indien de dienstreis wel op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag in bijzondere omstandigheden de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.
4. Onder reiskosten worden bij het gebruik van een eigen vervoermiddel mede verstaan de kosten voor het gebruik maken van een parkeerplaats, garage of stalling, overvaart- en tolgelden.