BWBR0006628
Geldig vanaf 01-04-1993
Artikel IV
Wijzigingsbesluit Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, enz.
1. De bij artikel I, onder G en H, aangebrachte wijzigingen in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel dragen een algemeen karakter.
2. In verband met het eerste lid worden de bedragen f 16 645 en f 15 607, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00 en f 15 888,00.
3. In verband met het eerste lid wordt de bezoldiging van de functionarissen welke is geregeld bij Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (Stb. 1993, 218) nader vastgesteld als volgt:
a. de bedragen f 16 645,00, f 15 607,00 en f 14 634,00, vermeld in artikel 1, eerste lid, van voornoemde wet worden gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00, f 15 888,00 en f 14 897,00.
b. de bedragen f 15 607,00 en f 13 722,00, vermeld in artikel 4, eerste lid, van voornoemde wet worden gewijzigd in onderscheidenlijk f 15 888,00 en f 13 969,00.
4. In verband met het eerste lid worden de bedragen f 16 645,00 en f 14 634,00, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00 en f 14 897,00.
2. In verband met het eerste lid worden de bedragen f 16 645 en f 15 607, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00 en f 15 888,00.
3. In verband met het eerste lid wordt de bezoldiging van de functionarissen welke is geregeld bij Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (Stb. 1993, 218) nader vastgesteld als volgt:
a. de bedragen f 16 645,00, f 15 607,00 en f 14 634,00, vermeld in artikel 1, eerste lid, van voornoemde wet worden gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00, f 15 888,00 en f 14 897,00.
b. de bedragen f 15 607,00 en f 13 722,00, vermeld in artikel 4, eerste lid, van voornoemde wet worden gewijzigd in onderscheidenlijk f 15 888,00 en f 13 969,00.
4. In verband met het eerste lid worden de bedragen f 16 645,00 en f 14 634,00, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman gewijzigd in onderscheidenlijk f 16 945,00 en f 14 897,00.
- Citeren als
- Art. IV
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006628
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl