BWBR0006705
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 8
Welzijnswet 1994
1. Onze Minister legt eenmaal per vier jaar aan beide Kamers der Staten-Generaal een welzijnsnota over.
2. De welzijnsnota bevat in ieder geval een verslag van activiteiten op het terrein van het welzijnsbeleid alsmede van de belangrijkste ontwikkelingen daarin. Het verslag gaat vergezeld van een globaal overzicht van de ten behoeve van het welzijnsbeleid bestede en aangewezen rijksbegrotingsmiddelen gedurende de verslagperiode.
3. De welzijnsnota bevat tevens een beschrijving van de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid van het Rijk in de daarop volgende periode van vier jaren alsmede van de te verwachten belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het maatschappelijke en sociaal-culturele leven in Nederland.
4. Bij tussentijdse wijziging van de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid van het Rijk doet Onze Minister daarvan mededeling aan beide Kamers der Staten-Generaal.
2. De welzijnsnota bevat in ieder geval een verslag van activiteiten op het terrein van het welzijnsbeleid alsmede van de belangrijkste ontwikkelingen daarin. Het verslag gaat vergezeld van een globaal overzicht van de ten behoeve van het welzijnsbeleid bestede en aangewezen rijksbegrotingsmiddelen gedurende de verslagperiode.
3. De welzijnsnota bevat tevens een beschrijving van de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid van het Rijk in de daarop volgende periode van vier jaren alsmede van de te verwachten belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het maatschappelijke en sociaal-culturele leven in Nederland.
4. Bij tussentijdse wijziging van de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid van het Rijk doet Onze Minister daarvan mededeling aan beide Kamers der Staten-Generaal.