BWBR0006754
Geldig vanaf 17-09-1994
Artikel 3
Verordening op de fraudemelding
1. Indien het teruggeven van de opdracht, wegens een reden als bedoeld in artikel 2, derde lid, een wettelijk verplichte controle van een financiële verantwoording betreft, stelt de accountant het centraal meldpunt hiervan onverwijld schriftelijk in kennis.
2. De accountant stelt het centraal meldpunt eveneens onverwijld schriftelijk in kennis, indien zijn opdrachtgever de opdracht tot wettelijke verplichte controle van de financiële verantwoording beëindigt, nadat de leiding of het toezichthoudend orgaan van de huishouding, waarbij hij optrad, in gebreke is gebleven toereikende maatregelen te nemen om de gevolgen van fraude van materieel belang, voor zover mogelijk ongedaan te maken en om herhaling daarvan te voorkomen.
3. De melding, bedoeld in dit artikel, geschiedt met opgave van de aard van de vermoede fraude.
2. De accountant stelt het centraal meldpunt eveneens onverwijld schriftelijk in kennis, indien zijn opdrachtgever de opdracht tot wettelijke verplichte controle van de financiële verantwoording beëindigt, nadat de leiding of het toezichthoudend orgaan van de huishouding, waarbij hij optrad, in gebreke is gebleven toereikende maatregelen te nemen om de gevolgen van fraude van materieel belang, voor zover mogelijk ongedaan te maken en om herhaling daarvan te voorkomen.
3. De melding, bedoeld in dit artikel, geschiedt met opgave van de aard van de vermoede fraude.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006754
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl