BWBR0006948
Geldig vanaf 1994-10-19
Artikel 3
Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging
1. De keuring van een motorrijtuig met een gassysteem dat is ingericht om zowel op gas als op benzine te kunnen rijden wordt zowel met gas verricht als met benzine. Het gassysteem moet zodanig functioneren dat het motorrijtuig met zowel gas als benzine als brandstof aan de keuringsvoorschriften voor benzine blijft voldoen.
2. Op verzoek van de aanvrager wordt de keuring van een motorrijtuig dat voorzien is van een achteraf ingebouwd gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het besluit, en dat minimaal voldoet aan de eisen van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, mede verricht aan de hand van de in de bijlagebij deze regeling of in ECE-reglement nr. 115 vastgestelde eisen, welke eisen dienen ter uitvoering van artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
3. Indien het gaat om een motorrijtuig dat door of onder verantwoordelijkheid van de fabrikant van het motorrijtuig is uitgerust met een gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het besluit, en dat is toegelaten tot het verkeer op de weg op grond van een keuring volgens richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, beoordeelt de keuringsinstantie vervolgens op verzoek van de aanvrager aan de hand van de eisen, bedoeld in het tweede lid, of wordt voldaan aan artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
2. Op verzoek van de aanvrager wordt de keuring van een motorrijtuig dat voorzien is van een achteraf ingebouwd gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het besluit, en dat minimaal voldoet aan de eisen van richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, mede verricht aan de hand van de in de bijlagebij deze regeling of in ECE-reglement nr. 115 vastgestelde eisen, welke eisen dienen ter uitvoering van artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
3. Indien het gaat om een motorrijtuig dat door of onder verantwoordelijkheid van de fabrikant van het motorrijtuig is uitgerust met een gassysteem, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het besluit, en dat is toegelaten tot het verkeer op de weg op grond van een keuring volgens richtlijn 70/220, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2003/76, beoordeelt de keuringsinstantie vervolgens op verzoek van de aanvrager aan de hand van de eisen, bedoeld in het tweede lid, of wordt voldaan aan artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.