BWBR0006980
Geldig vanaf 12-05-2000
Artikel 7
Besluit als bedoeld in artikel 27 juncto artikel 24 van de Luchtvaartwet, houdende wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht ten behoeve van de oostwestbaan, alsmede vaststelling van de geluidszones
1. De exploitant laat op het luchtvaartterrein slechts luchtverkeer toe, voor zover de daardoor veroorzaakte geluidsbelasting buiten de in artikel 5 bedoelde geluidszone de vastgestelde grenswaarde niet overschrijdt en het aantal vliegtuigbewegingen als bedoeld in artikel 6 niet wordt overschreden.
2. Indien, ondanks het bepaalde in het eerste lid, een zodanig feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt dat een overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten de in het eerste lid bedoelde geluidszone of het aantal vliegtuigbewegingen dreigt, is de exploitant gehouden die maatregelen te nemen die in zijn vermogen liggen om overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten die geluidszone, dan wel overschrijding van het maximaal aantal toegestane vliegtuigbewegingen, te voorkomen.
3. Maatregelen als bedoeld in het tweede lid worden met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen, overeenkomstig het vigerende gebruiksplan genomen.
4. De gezagvoerder, dan wel de eigenaar, de houder of de bezitter van een luchtvaartuig gebruikt, doet of laat het luchtvaartterrein gebruiken met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maatregelen.
2. Indien, ondanks het bepaalde in het eerste lid, een zodanig feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt dat een overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten de in het eerste lid bedoelde geluidszone of het aantal vliegtuigbewegingen dreigt, is de exploitant gehouden die maatregelen te nemen die in zijn vermogen liggen om overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten die geluidszone, dan wel overschrijding van het maximaal aantal toegestane vliegtuigbewegingen, te voorkomen.
3. Maatregelen als bedoeld in het tweede lid worden met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen, overeenkomstig het vigerende gebruiksplan genomen.
4. De gezagvoerder, dan wel de eigenaar, de houder of de bezitter van een luchtvaartuig gebruikt, doet of laat het luchtvaartterrein gebruiken met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maatregelen.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006980
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl