BWBR0007120
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 11
Reclasseringsregeling 1995
1. De directeur van een penitentiaire inrichting bericht een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk omtrent de binnenkomst van een gedetineerde in de inrichting.
2. De directeur van een penitentiaire inrichting bericht een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk maar tenminste vier weken van te voren omtrent de datum van ontslag van een gedetineerde, die bij zijn ontslag een werkelijke straftijd zal hebben ondergaan van meer dan drie maanden en die gehouden is medewerking te verlenen aan reclasseringstoezicht. Gelijke verplichting geldt indien de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege blijft krachtens rechterlijke beslissing.
2. De directeur van een penitentiaire inrichting bericht een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk maar tenminste vier weken van te voren omtrent de datum van ontslag van een gedetineerde, die bij zijn ontslag een werkelijke straftijd zal hebben ondergaan van meer dan drie maanden en die gehouden is medewerking te verlenen aan reclasseringstoezicht. Gelijke verplichting geldt indien de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege blijft krachtens rechterlijke beslissing.